Beknopte inhoudstafel
1. Het uitgangspunt: de Antwerpse fortuinen op het einde van de 18de eeuw.
DEEL I: Kapitaalaccumulatiemogelijkheden te Antwerpen in de 18de eeuw
2. De handel op Spanje
3. Opkomst en verval van de particuliere handel op Oost-Indië
4. De handelswinsten na 1730
5. De Antwerpenaars als industriële ondernemers
6. Het Antwerpse financiewezen in de 18de eeuw
7. De Antwerpse koopmansmentaliteit en de overgang naar het renteniersbestaan en de adel
DEEL II: De samenstelling en het rendement van de Antwerpse fortuinen
8. Het niet- of gedeeltelijk uitgezet kapitaal
9. Binnenlandse beleggingen in onroerende goederen
10. Binnenlandse, niet-risicodragende beleggingen in roerende goederen
11. Buitenlandse, niet-risicodragende, roerende bezittingen
12. De binnenlandse, risicodragende beleggingen
13. De buitenlandse, risicodragende beleggingen
14. Slotbeschouwingen over de buitenlandse en risicodragende beleggingen
15. Het rendement van de Antwerpse fortuinen
16. Huwelijks- en fortuinpolitiek bij de Antwerpse financiële elite
BIJLAGEN[1] [1] Bijlagen
Ia en Ib worden in html aangeboden en zijn bijgevolg intern opzoekbaar.
De overige bijlagen worden fotografisch aangeboden.
Ia. De Antwerpse A-families
Ib. De Antwerpse B-families
II. Aandeelhouders in de particuliere Oostendse Oost-Indiëvaarders:
a. De “Prins Eugenius” (1720)
b. Het “Huys van Oostenryck” (1721)
c. De “Carolus VI” (1723)
III. De Oostendse particuliere Oost-Indiëvaarders: chronologisch overzicht
IV. De resultaten van de investeringen in de particuliere Oost-Indiëvaarders:
a. door Paulo Martino de Pret
b. door Arnold de Pret
V. De Oostendse Oostindische bodemarijen van Arnold de Pret
VI. De Scandinavische Oost-Indiëhandel
a. Voorwaarden voor Zweedse
bodemarijcontracten
b. De beleggingen van de weduwe
Arnold de Pret (1732-53)
c. De opbrengsten van de beleggingen
in de Zweedse O.I.C. (1732-1753)
d. De opbrengsten van de Zweede
bodemarijen
e. De opbrengsten van de Deense bodemarijen
VII. De opbrengsten van één achtste part in de katoendrukkerij van Dambrugge
(1757-1801)
VIIIa. De inkomsten van Adriaan Janssens en zijn weduwe (1747-1810)
VIIIb. De uitgaven en kapitaalrekening van Adriaan Janssens en zijn weduwe (1747-1810)
IX. De valsmunterij van 1725 (kroniektekst)
Xa. De koersevolutie van de aandelen van de Oostendse Compagnie (1727-1731)
Xb. Benaderde winsten gemaakt door een oordeelkundige verkoop van GIC-acties
XI. De samenstelling van de Antwerpse fortuinen
XII. Het aandeel van het “liggende” geld in het fortuin van de weduwe Arnold de Pret
(1735-1758)
XIII. De woonhuiswaarde (>10.000 fl.) volgens de telling van 1796.
XIV. De aandeelhouders van de Oostendse Compagnie
XV. Brief van Jacomo de Pret over de buitenlandse beleggingen
XVI. Kapitaal- en rendementsevolutie van het fortuin van weduwe Arnold de Pret
(1735-1758)
XVII. Verantwoording van de verliezen geleden tussen 1790 en 1810 door Filips van de
Werve, baron van Schilde.