Geprezen en verguisd, vergeten en aarzelend weer opgevist. Zwanenzang en Nachleben van Pol de Mont

Ludo Stynen
6 november 2018

 

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog was Pol de Mont (°1857) een van de onbetwiste leiders van de Vlaamse Beweging. Hij had naam gemaakt als studentenleider en als dichter, hij was politiek actief geweest, hij had in Nederland, Duitsland en Parijs voordrachten gegeven over de Vlaamse Beweging en hij had Duitse en Franse literatuur bekend gemaakt in Vlaanderen. De Mont was een internationaal netwerker en hij was een van de eerste pleitbezorgers van de vernederlandsing van de Gentse universiteit, ijverde voor algemene dienstplicht, zette zich in voor het Nederlands in Frans-Vlaanderen, steunde met humanitaire hulp de Boeren tijdens hun tweede oorlog tegen de Engelsen, en hij stond  aan de wieg van de wetenschappelijke beoefening van de folklore. Aan het atheneum en de academie in Antwerpen had hij een hele generatie flaminganten gevormd en sedert 1904 stond hij aan het hoofd van het Antwerpse Museum voor Schone Kunsten. Zijn germanofilie was voor de oorlog geen probleem en hij zag voor Vlaanderen geen andere plaats dan die van subnatie binnen een unitair België.
Tijdens de oorlog stelde hij zich neutraal op, maar hij raakte geïsoleerd. Toen hij enkele weken na de oorlog overhaast voor een medische behandeling naar Nederland vertrok, werd hem dat bijzonder kwalijk genomen en hij werd tot ontslag gedwongen. Al vroeg in 1919 vond hij een nieuwe uitdaging in het hoofdredacteurschap van De Schelde, het dagblad dat hij in de richting van de Frontbeweging en het Vlaams-Nationalisme stuurde. Zonder dat zijn programma veel verder reikte dan het minimumprogramma van Van Cauwelaert. In De Schelde reageerde hij fel op de harde eisen van de Fransen t.a.v. Duitsland, maar hij was minstens even beducht voor een heropleven van het Pruisisch militarisme en een mogelijke terugkeer van de Junkers. In 1923 stopte hij als hoofdredacteur, maar hij bleef wel medewerker. Hij volgde de kunsten, bezocht alle tentoonstellingen, maar had zichzelf  als criticus overleefd.
Na zijn dood in Berlijn (29/6/1931) werd in de meeste Vlaamse bladen erg positief over hem bericht, in de Franstalige was vooral aandacht voor zijn vermeende Duitsgezindheid. In latere jaren kreeg De Mont minder aandacht dan waar hij vanwege zijn onmiskenbare verdiensten recht op had en vaak, zeker tijdens de Tweede Wereldoorlog werden uitspraken van hem uit hun context gerukt en verdraaid. Daarna kwam een wetenschappelijk appreciatie op gang en de man is haast alomtegenwoordig in studies over de periode 1880-1930. Toch blijft zijn germanofilie zijn imago overschaduwen, ook al heeft dat vaak te maken met zijn neef Paul de Mont, rexistenleider, waarmee hij vaak verward wordt.