De opvolgers van Abraham Verhoeven. Nieuwe gegevens over Zuid-Nederlandse kranten in de zeventiende eeuw

6 september 2016
Steven Van Impe

 

Krantenpionier Abraham Verhoeven is geen onbekende in Antwerpen. Hoewel de claim dat hij de allereerste krant ter wereld uitgaf inmiddels achterhaald is, blijven onderzoekers uit binnen- en buitenland zijn ‘Wekelyke tydinghe’ als een belangrijk experiment in de de nieuwsbusiness beschouwen. Zijn navolgers in de Zuidelijke Nederlanden (Antwerpen, Brugge, Brussel en Gent) hebben naar verhouding veel minder aandacht gekregen.
In 1634 ging Verhoeven failliet en werd hij werknemer in de drukkerij die zijn zoon Isaac trachtte voort te zetten. Niet langer beschermd door het aartshertogelijk monopolie van de eveneens in 1634 overleden Isabella zagen een hele reeks pamflettenuitgevers de kans om in 1635 de plundering van Tienen te verslaan. De Raad van Brabant greep in en gaf aan Willem Verdussen en Maarten Binnaert ieder een monopolie als drukker van kranten. Ook in andere steden in de Habsburgse Nederlanden, zoals Brugge, Brussel en Gent zouden krantjes verschijnen.
Merk het verschil op tussen de pamfletachtige druksels zoals die van Verhoeven met een kop en een illustratie en waarbij één feit wordt becommentarieerd, en de kranten die meer een opsomming waren van feiten: vooral het bezoek van vorsten en diplomaten aan de Europese hoven.
Interessant is ook de verspreiding van telgen van Antwerpse drukkersfamilies die aan de slag gingen in de Oostenrijks-Hongaarse gebieden. Hieronymus IV Verdussen trok naar Pottendorf om in het kasteel van Ferenc II Nadasdy, een Hongaarse graaf die streefde naar meer gelijkwaardigheid van Hongarije tegenover Oostenrijk, kranten te drukken. Toen zijn broodheer op het schavot eindigde, moest hij terug naar Antwerpen. Ook in Wenen gingen Antwerpenaren kranten maken. Eén hiervan zou tot in 1858 blijven uitgegeven worden om na een naamsverandering nu nog steeds als de Wiener Zeitung te blijven voortbestaan.
De spreker concludeert:
• Het krantenlandschap was veelzijdiger dan gedacht.
• De Zuidnederlandse pers had een beperkte maar reële buitenlandse uitstraling.
• Er zijn nog veel mythes te ontkrachten.
• Er is een eerder beperkt aantal bewaarde exemplaren (1 tot 3% naargelang de krant) wat inhoudelijke analyse niet echt zinvol maakt, maar de vormelijke destemeer.
• De overheid heeft geworsteld met dit nieuwe medium
• Er is ook de speciale context van concurrerende overheidsniveaus (steden, staten en de centrale overheid gaven monopolies die elkaar konden tegenspreken)
• Er grijpt aan het begin van de XVIIIde eeuw een consolidatie plaats naar drie 'klassieke' stadskranten in Antwerpen, Brussel en Gent waar een voldoende grote markt bestaat voor dergelijke publicaties.