Stedelijke ontwikkeling in de Lage Landen in de 9de en 10de eeuw in relatie tot het Scandinavische handelsnetwerk, vanuit de casus Antwerpen. Is er toch iets aan de hand?

Dries Tys
5 november 2013

Deze lezing vertrekt vanuit twee “grote” debatten, het ene al wat belangrijker dan het andere. Het eerste grote debat is het debat rond de oorsprong van het stedelijke netwerk dat ontstaat in de Noordzee-wereld tussen de 7de en de 10de eeuw. Dit debat is nauw verbonden met twee grote auteurs, niemand minder dan Henri Pirenne (Mohammed et Charlemagne) en Richard Hodges. Pirenne had ongelijk dat de Middellandse Zee afgesloten was voor de Karolingische gebieden door Mohamed. Ten hoogste zou Afrika niet langer bereikbaar zijn. Er is een evolutie in inzicht wat de lange afstands handel betreft: daar waar men oorspronkelijk dacht dat het enkel over luxe-goederen ging voor de elite waarbij men uitging van een economie gebaseerd op grootgrondbezit, stelt men vast dat er een belangrijke peasant-economie bestond die artisanale producten op basis van schapen exporteerde: textiel en bewerkt been. Opvallend is dat er en vrij continue groei is van de Frankische/Karolingische emporia uit de achtste en de negende eeuw tot de middeleeuwse steden van vandaag.
Antwerpen kent continu kleine en grote archeologische vondsten vanaf de vijfde tot de achtste eeuw, weliswaar niets in situ. De historische bronnen zijn gevaarlijk want documenten uit latere perioden om tollen en kloosterbelastingen te rechtvaardigen. Recente opgravingen en een herziening van de opgravingen van Van De Walle brengen materiaal en bewoningssporen aan die verwantschap vertonen met emporia zoals Quentovic, Dorestad, Londenwic, Haithabu, Birka, Novgorod. Ook een toponiem zoals Kraaiwic (Kraaiwijk) is veelzeggend. In ieder geval was na een periode van landbouw er in 836 een nederzetting die de aandacht trok van de 'Noormannen' en die gelegen was aan de grens van de delta (met moerassen en vochtige gronden) van de grote rivieren, naar analogie met Dorestad. Zo'n emporium bestond uit een open haven met kaden waarachter slechts een paar lange straten lagen met lange landinwaartse percelen. Er zijn geen gemeenschappelijke ontmoetingsplaatsen tenzij de aanlegsteigers zelf waarvan men de sporen waarschijnlijk opnieuw moet interpreteren zodanig dat er brede platforms ontstaan. Antwerpen heeft echter een vreemde stratigrafie waarbij de oorspronkelijke houtbouw van de haven en zijn bewoners op een groot aantal plaatsen bedekt is met een pakket van as- en zandlagen die wijzen op een zeer lange en continue artisanale activiteit van smederijen.


Het tweede debat is meer van nationaal niveau en handelt over de aard en de betekenis van de zogenaamde Viking-aanvallen in de zuidelijke Lage Landen. Daarbij is het duidelijk dat het naast raids vooral gaat om grote groepen Denen die zich gaan vestigen en die van de verbrokkeling van het Karolingische rijk gebruik maken om nieuwe rijkjes te stichten waarbij ze zich inschakelen in de Karolingische feodaliteit. Centraal figuur in onze gewesten (van West-Vlaanderen tot Friesland) is de Deen Rorik die in het midden van de tiende eeuw een groot gebied aan de kust van de Lage Landen in handen had. Dit gebied zou dienen als uitvalsbasis voor veroveringspogingen in Denemarken om er de troon op te eisen (wat mislukte) maar ook om Deense collega's in Engeland te helpen bij het vergroten van het territorium dat onder de Danelaw viel. Omgekeerd zijn er vanuit Engeland ook bewegingen geweest naar onze gebieden.
Hoe dan ook maakten onze Deens-Karolingische gewesten deel uit van een zeer groot economisch systeem dat zowel via de Varegenweg over Novgorod als via zeevaart geconnecteerd was met Constantinopel. Recente opgravingen in Istanbul brachten onder andere een schip met een lading kammen uit Frankisch gebied aan het licht alsook ladingen Frankische bandkeramiek. In gans Oost- en Centraal Europa getuigen muntschatten met Arabische dirhams van intense contacten voor slaven- en pelsenhandel met de Arabische wereld. Mogelijk dat deze werden omgesmolten in Karolingisch gebied tot Frankische munten, wat het voorwerp vormt van verder onderzoek. Verder onderzoek rond de Indische Oceaan en in China moet bekijken of goederen uit onze gewesten zelfs daar zouden beland zijn via Istanbul. Nog een pittig detail: de in 1127 vermoorde graaf Karel de Goede was de laatste vorst in onze gewesten van Deense afkomst (zoon van koning Knoet IV).

 

I.D.