Was Rubens ook een architect?

Piet Lombaerde
7 februari 2012
 

Spreker ontleedt twee vragen:
1) Was Rubens ook een architect?  In het Rubensonderzoek ging de aandacht vooral naar de relatie van Rubens met de Schone Kunsten. Maar dan bij uitstek de schilderkunst. Al te vaak ontbrak de architectuur in dit onderzoek. Zelfs werd door sommige onderzoekers architectuur eerder als een toegepaste kunst beschouwd. De vraag blijft tot op heden bij Rubensonderzoekers moeilijk liggen. Er zijn evenwel redenen om Rubens als architect te beschouwen:
1. Er worden een aantal gebouwen toegeschreven aan Rubens die hij (gedeeltelijk) zou ontworpen hebben (o.m. 4 gebouwen in Antwerpen: Rubenshuis, Jezuïetenkerk, portaal St.-Michelsabdij en Waterpoort op de Vlasmarkt);
2. C. Huygens looft hem om zijn kennis van de architectuur;
3. Er is het theoretical notebook, een verdwenen geschrift met architectuurtekeningen waarvan (gedeeltelijke) kopieën bestaan.
Maar wat is een architect in Rubens' tijd? Pieter Coecke van Aalst stelt duidelijk dat het niet gaat over een ambachtsman maar een vrije geest die als een uomo universale alle kunsten kent en daardoor kan ontwerpen op een heel hoog niveau. Vanuit die invalshoek was Rubens zeker een belangrijk deel van zijn leven architect. Belangrijk was zijn periode in Italië (1601-1608) met als hoogtepunt Genova maar ook bezoeken aan steden zoals Mantua en Ferrara. Uitmondend in de publicatie Palazzi di Genova uit 1622 waarin hij ook o.i.v. Barbaro doorsneden maakt van paleizen aan de Strada Nuova en de Via Balbi die na zijn vertrek wordt afgewerkt maar waarvan hij tekeningen ontvangt. In de inleiding van dat boek toont hij zich een architect door te spreken over de belangrijke principes van goede architectuur: sterkte, nut en schoonheid.

2) Was Rubens een schilder-architect? Daarmee zou hij dan passen in de traditie van Michelangelo, G. Romano en vele andere Italianen die niet alleen goed konden schilderen maar zich ook inlieten met architectuurontwerpen. Bij zijn bezoek aan Mantua ontwierp Rubens voor de hertog een grote galerij waar schilderijen maximaal tot hun recht moesten komen. Hij was dus een topschilder die dus complexe programma's kon ontwerpen die uiting geven aan zijn inzicht in architectuur.
Ook na 1622 bleef hij zich in architectuur interesseren:
1° In 10% van zijn schilderijen zit architectuur prominent verwerkt;
2° Bij het ontwerpen van het Rubenshuis werd een gevel volledig beschilderd in trompe l'oeil.
3° Hij had ook een enorme interesse in perspectief: het driedimensionale uitbeelden in twee dimensies met verschillende technieken waaronder het werken met diverse plans. Bij het ontwerp van het Rubenshuis zou hij deze schildertechniek in de praktijk brengen bij de plaatsing van de portico tegenover de ingang enerzijds, en het tuinhuis anderzijds waardoor een enorm gevoel van perspectiefwerking ontstaat.

Conclusie: gedurende een belangrijke periode in zijn leven was Rubens wel degelijk een architect maar dan wel in de toenmalige betekenis van het woord: als een vrije geest die creëerde met veel aandacht voor ornamentiek.

I.D.