Home, sweet home?! Woonculturen in negentiende-eeuws Antwerpen (1880)

Britt Denis
4 december 2012

 

Huiselijkheid is iets wat pas in de negentiende eeuw als burgerlijk ideaal wordt gepropageerd. Naar de lagere klassen toe wordt moraliserend naar orde en netheid verwezen, voor de betere klassen zijn er handleidingen over hoe het ideale huis zou moeten ingericht worden (kamers en voorwerpen). Centraal staat het gezin en er moet getracht worden te komen tot een scheiding van werken en wonen. De vrouw is idealiter vooral met het huishouden bezig. Er moeten verschillende vertrekken in het huis zijn met verschillende duidelijk herkenbare functies. En ook zijn er duidelijk herkenbare consumptiepatronen (aanwezigheid van prenten, interessante voorwerpen,...) die moeten bijdragen tot huiselijkheid en uitstraling.
Wie dus het huiselijkheidsideaal bestudeert zit in een zeer breed en interdisciplinair onderzoek omwille van de vele invalshoeken.
Huiselijkheid is een teken van de gecultiveerde burgerij die zich afzet tegen de adel met zijn gedrag van conspicuous consumption en de arbeiders die een zeer publiek gedrag vertonen.
Onderzoeksvraag is dus de invloed van huiselijkheid op consumptie en de stedelijke materiële cultuur.
De sociale achtergrond van het negentiende eeuwse Antwerpen laat zich in twee perioden opsplitsen:
1° In de eerste helft van de negentiende eeuw is er een duidelijke sociale polarisering met verpaupering aan de ene kant en een rijkere klasse die zich afscheidt aan de andere kent.
2° In de tweede helft van de negentiende eeuw is er een sociale revolutie waardoor bredere groepen, middengroepen, in belangrijke mate kunnen participeren aan het huiselijkheidsideaal.

Het onderzoek van de spreekster situeert zich in die periode: 1880, waarbij ze een steekproef van 50 boedels uit de middenklasse heeft doorgewerkt.
Er worden 3 categorieën onderscheiden. Het valt op dat qua beschikbare kamers enkel de topcategorieën over een wijnkelder en een salon beschikken. De vrouw verhuist naar de achterkant van het huis. Pendules, horloges en haarden zijn sterk aanwezig bij de hogere categorieën en de boedels wijzen op een leven waarbij het ontvangen van mensen belangrijk is.
De spreekster vraagt zich af of het huis echt een private haven was dan wel een kijkdoos die bezoekers ook wat moest imponeren.

I.D.