Schilderijen onder de hamer : de opkomst van kunstveilingen in het achttiende-eeuwse Antwerpen

Dries Lyna
3 mei 2011

 

Doorheen de achttiende eeuw maakte de markt van publieke verkopen een aantal opmerkelijke veranderingen door, die aanleiding gaven tot de opkomst van de kunstveilingen zoals we die vandaag de dag nog kennen. Hoewel het per opbod verkopen van schilderijen geen uitvinding was van die eeuw, veranderde de manier van veilen niettemin significant na 1700. Voorheen werden kunstwerken doorgaans verhandeld als integraal deel van boedelverkopen, samen met keukenspullen, kledij en meubels. Afzonderlijke schilderijen en hele collecties van kunst werden dus letterlijk tussen de potten en de pannen verkocht in de periode 1500-1700. Evoluties in de materiële cultuur van de achttiende eeuw versnelden echter het ontstaan van gespecialiseerde publieke verkopen, waarbij luxueuze voorwerpen zoals schilderijen, boeken, juwelen en koetsen in toenemende mate werden afgezonderd van ander huisraad om op aparte koopdagen te worden verhandeld.

            Veranderend consumentengedrag en de relatieve deprivatie van oude schilderijen in het huisraad van welgestelde burgers had het ontstaan van gespecialiseerde kunstveilingen gestimuleerd, maar de pogingen van de kunsthandelaars om (terug) aansluiting te vinden bij de ontspanningscultuur van de hogere klassen konden niet verhinderen dat de prijzen op kunstveilingen zakten. De lokale vraag naar kunst in de Zuidelijke Nederlanden verdampte in de tweede helft van de achttiende eeuw. Bovendien zorgde de onverwacht verkochte collecties van de afgeschafte religieuze ordes in de late jaren 1770 en 1780 voor een verdere verzadiging van de Antwerpse en Brusselse veilingmarkt. De verkoopsdirecteuren zagen maar één uitweg om de prijzen te verhogen en voerden drastische maatregelen in om buitenlandse kopers te lokken vanaf de late jaren 1770. Exportcijfers van schilderijen geven aan dat als een direct gevolg van deze veranderende verkoopstechnieken duizenden kunstwerken van Oude Meesters de regio verlieten via aankopen op veilingen en daaropvolgende private onderhandelingen. De groei van de kunstveiling zorgde ongewild voor de letterlijke uitverkoop van het artistieke patrimonium van de Zuidelijke Nederlanden.

 

Dries Lyna, The Cultural Construction of Value. Art Auctions in Antwerp and Brussels (1700-1794), (onuitgegeven doctoraat, Universiteit Antwerpen), Antwerpen, 2010.