DILIGENTIA REGUM CAPITUR INDUSTRIA

Alfred Michiels
4 oktober 2011

De bouw van het stadhuis van Antwerpen (1561-1565) valt samen met de beginperiode van de spanningen tussen de Nederlanden en de Spaanse centrale macht.
Het duurde tot 1985 eer er een werkelijk grondige studie van de iconografie en symboliek van de gevel verscheen, van de hand van een Duits vorser,  kunsthistoricus Holm Bevers (‘Das Rathaus von Antwerpen’, Hildesheim 1985).  Hij was de eerste die wees op iconografische verschillen in de afbeeldingen van het stadhuis in de onderscheiden etsen uit de 16de eeuw, en op duidelijke verbeteringen (door gladslijpen en overgraveren).  Hij wees ook op de context van de activiteiten van de toenmalige rederijkers (landjuweel in Antwerpen in 1561) en van geschriften van Erasmus (‘Institutio principis christani’ uit 1515), waarin de allegorische beeldentaal vorm kreeg.
Verder de weg volgend die Bevers was ingeslagen, komen we nu tot een nieuwe reconstructie van de oorspronkelijk geconcipieerde beeldentaal uit 1560 en de wijzigingen ervan bij de definitieve gevelafwerking in 1566, die nog eens wijzigde in 1587 na de val van Antwerpen(huidige toestand).
Toen in 1560 de bouwplannen aan Filips II werden voorgelegd vormde de gevelversiering van de middenrisaliet een allegorische voorstelling van de gevestigde macht.
De drie bovenste verdiepingen vormen een driehoek. Deze vorm is een toepassing van wat men de renaissancedriehoek noemt, die in die periode de composities in schilderkunst en beeldhouwkunst domineert.  Het is de visuele manifestatie van de klassieke idealen van orde, evenwicht, beheersing en stabiliteit.  Het wapenschild van de stad Antwerpen stond in het midden, met naast zich Iustitia en Caritas, en uiterst links en rechts de schilden van het markgraafschap Antwerpen en het hertogdom Brabant.  Daarboven bekleedde Brabo de centrale plaats.  Brabo staat op de plaats waar OLV stond op het gotische stadhuis.  Als beschermende figuur staat hij niet toevallig boven de drie wapenschilden, zinnebeelden van Antwerpen, het markgraafsccap en Brabant.  Volgens de legenden was hij immers de eerste markgraaf van Antwerpen en eerste hertog van Brabant, maar ook de leider van de stad. Hij belichaamt aldus de privilegiën van Brabant, het markgraafschap en de stad. De principes waarmede de stad bestuurd worden staan aan weerszijden van de stad: Rechtvaardigheid (Iustitia) en Genegenheid (Caritas). Boven Brabo stond het schild van Filips II, die als toenmalige hertog van Brabant garant stond voor het instandhouden van de privilegiën, overeenkomstig zijn eed van 1549. De allegorische boogfiguren van de eerste verdieping beeldden de deugden uit van de ideale bestuurder, en dat sloeg dan zowel op Filips als op de magistraat.  Het is dus de uitbeelding van de gevestigde orde, ontworpen in een periode dat men nog hoopte dat die in stand zou worden gehouden.  We aanschouwen het ideale machtsevenwicht.  Alle geledingen worden voorgesteld en gehuldigd.  Daarbij moesten de symbolen van bescherming, de Medusa, de sfinxen, de gevleugelde leeuwen, de zeekentauren en de engelen, het gevoel van stabiliteit en zekerheid nog eens accentueren.
Maar, de beelden konden eerst worden opgesteld als de ruwbouw afgewerkt was, ze werden in 1566 geplaatst.  Ondertussen was er heel wat gebeurd dat de optimistische stemming had doen omslaan.  Men vermoedde meer en meer dat Filips II zijn eed van trouw aan de Blijde inkomst niet zou nakomen en één voor één de privilegiën zou negeren.  In allerijl heeft men toen het figurenprogramma gewijzigd.
Het meest opvallend verschil is de plaatsing in het midden van de derde verdieping, van een groot wapenschild van Filips II, namelijk groter dan die van Brabant en het markgraafschap.  Dit kwam dan waarschijnlijk in de plaats van dat van Antwerpen.  Volgens Bevers werd dit gedaan om Filips nog meer centraal te plaatsen en te eren. 
Maar dat is waarschijnlijk alleen maar de boodschap die Filips moest begrijpen.
Zo simpel is het niet, er zit veel meer achter de wijzigingen, namelijk een geweldige dubbele bodem.  Herinneren we even de symboliek van de driehoekige opstelling, de renaissancedriehoek van orde, evenwicht, beheersing en stabiliteit.  In de definitieve opstelling wordt die doorbroken, zoals ook in de werkelijkheid de orde is verbroken in de ogen van het Antwerps bestuur.  De top van de driehoek, en dus de top van de hiërarchie, is weggehaald.  Het wapenschild van FilipsII is verdwenen uit de nok.  Dit betekent dat nu Brabo bovenaan staat. Brabo staat boven het schild van FilipsII.  Brabo is hier niet alleen meer de eerste hertog van Brabant, maar verschijnt in zijn andere gedaante, als tirannenmoordenaar, hij die de tiran Druon Antigoon, ondanks diens kracht, heeft overwonnen.  Het wapenschild van Antwerpen is verdwenen, en dat van Filips staat in de plaats als onderste in de hiërarchie.  In de persoon van Brabo staat Antwerpen boven Filips. Waarom is Caritas vervangen door Prudentia?  Omdat er nu moet geregeerd worden met Iustitia en Prudentia, rechtvaardigheid en realiteitszin, dus niet meer met liefde.
Wat is dus de verborgen boodschap?  Een boodschap die de Antwerpenaren begrepen, maar door de Spanjaarden moeilijk aan te tonen was, op dezelfde wijze als dat in de Spelen van Sinne gebeurde, en hier zien we dezelfde beeldentaal.  De boodschap is een bedreiging aan het adres van Filips om niet te ontaarden in tirannie, want dan wacht een tegenstander als Brabo de tirannendoder.  Deze boodschap werd zeer goed begrepen door de intellectuelen van de stad en de hogere burgerij, die vertrouwd waren met de subtiele symboliek van de rederijkers.  Het was in die kringen dat de groeiende oppositie tegen de Spaanse politiek leefde.  De andere burgers waren niet bekend met heel die wereld van allegoriën uit de Griekse - Romeinse oudheid, maar ook de rederijkers van de andere Brabantse steden konden de boodschap begrijpen.
Binnenin het stadhuis op een schouw in het huidig Salon van het stadhuis, vroeger de Rentmeestercaemere, staat gebeiteld: DILIGENTIA REGUM  III CAP III INDYSTRIA (diligentia regum capitur industria, ‘Door de zorg van de vorsten ontstaat er nijverheid’).  Dit illustreert de opvattingen over de ideale heerser en de geest waarin de allegorische voorstellingen tot stand kwamen.