De Diergaarde van Antwerpen: een tijdsbeeld van het dierenbeleid vlak na de Tweede Wereldoorlog onder leiding van Walter van den Bergh

Daniela Büchler
6 december 2011

De dieptestudie over de eerste tien jaren (1945-1955) van de dertigjarige ambtsperiode van Walter van den Bergh samen met de nieuwe inzichten die vanaf 1930 in de zoölogie opkwamen bieden een mogelijkheid om zicht te krijgen op het eventueel veranderende tijdsbeeld in de tweede helft van de 20ste eeuw over het houden van dieren in gevangenschap. Zijn er wezenlijk waarneembare verschillen en verbeteringen te bespeuren en zo ja, welke rol speelde Walter Van Den Bergh daarbij? Om antwoord te krijgen op deze onderzoeksvraag wordt niet zo zeer de fysieke wederopbouw van de dierentuin van Antwerpen belicht maar de wijze waarop Van den Bergh de verschillende netwerken hanteerde om zijn doel te bereiken.
De zoölogische inzichten van Walter van den Bergh worden gestaafd aan de opvattingen van zoölogen zoals, de Zwitser Heini Hediger (1908-1992), de Oostenrijker Otto Antonius (1885-1945) en de Duitser Karl Max Schneider (1887-1955). e.a., die al vanaf de jaren ’30 nieuwe concepten lanceerden over het houden van dieren in gevangenschap. Schneider en Hediger waren tijdsgenoten en collega’s van Walter van den Bergh waarmee hij correspondeerde, in conferenties zetelde of in het geval van Hediger mee in de clinch ging. Hij was geen zoöloog maar een beleidsman toch genoot hij een groot aanzien bij zijn collega’s en was hij één van de stichters van de nieuw opgestarte Internationale Unie voor Dierentuindirecteurs (IUDGZ) in 1946. Die heropstart en de evolutie die deze unie gedurende de eerste tien jaar meemaakte is de tweede focus. Waarbij de visies, communicaties en samenwerkingen van zoodirecteuren van naderbij worden bekeken.
Als derde focus wordt dan de theorie aan de praktijk getoetst door de invoer van de dieren uit Belgisch Congo onder de loep te nemen. De door de oorlog gedecimeerde dierenbestanden in de dierentuinen moesten terug aangevuld worden met in het wild levende exemplaren. De dierentuin van Antwerpen maakte hierbij in graag gebruik van samenwerkingsverbanden met de Belgische kolonie.
Door zijn netwerking en tomeloze ijver heeft Walter van den Bergh de dierentuin onmiskenbaar op de internationale kaart gezet. Samenwerkingsverbanden ontstonden niet alleen onder dierentuindirecteuren onderling maar ook wereldwijd werden de grondvesten vastgelegd voor een algemeen natuurbehoud. De doelstellingen van de hedendaagse dierentuin van Antwerpen verschillen niet wezenlijk van de visies die Walter Van Den Bergh in zijn ambtsperiode al opbouwde: het KMDA moet, door middel van de Zoo, Planckendael en het natuurreservaat ‘Zegge”, bijdragen tot een wereldwijd natuurbehoud door deel te nemen aan leidinggevende toegepaste wetenschappelijke onderzoeken en belangrijke kweekprogramma’s. Daarbij mag de bewustwording van het grote publiek in combinatie met educatie en ontspanning niet uit het oog verloren worden.
Als we nu de spiegel scherp stellen op de eerste 10 jaar van het beleid van Van den Bergh kunnen we ons niet ontdoen van de ambiguïteit die gedurende heel de studie bovendrijft. Tomeloze ambitie en wetenschappelijke honger samen met de commerciële uitbouw van de Zoo, waarbij onmiskenbaar naar de smaak van het publiek gekeken werd, doorkruisten onmiskenbaar de altruïstische idealen om de dieren in gevangenschap op een voor hen zo voordelig mogelijke wijze te conserveren. Door de honger naar de grote verscheidenheid aan specimens en onder het mom van een degelijk wetenschappelijk instituut vielen er onmiskenbaar grote aantallen dieren ten prooi aan onkunde en kan men zich niet ontdoen van het idee dat ook deze vorm van het houden van wilde dieren een groot experiment inhield waarbij veel slachtoffers vielen die men zonder scrupules verving door andere nog in het wild levende exemplaren.

 

Bronnen

Er werd hoofdzakelijk geput uit:
Stadsarchief Antwerpen (Felixarchief), Archief KMDA, Walter van den Bergh.
Daarnaast waren van belang:
G. Ceysens-Vandebeek, Liber Amicorum Walter van den Bergh, Tielt, Lannoo, 1980.
O. Antonius, Gefangene Tiere, Salzburg, 1933.
H. Hediger, Wildtiere in Gefangenschaft, 1942.
H. Hediger, Beobachtungen zur Tierpsychologie im Zoo und Zirkus, 1961.
H. Hediger, Zoologische Gärten, gestern, heute und morgen, 1982.
Zoo Magazine: de jaartallen 1945 tot 1955.

Volgende websites zijn van belang:
“VDZ- Verband Deutscher Zoodirektoren”, http://www.zoodirektoren.de/staticsite/staticsite.php?menuid=114&topmenu=20&keepmenu=inactive, geconsulteerd op 1/08/2011.
„Schweizer Blätter für Naturschutz 6“: 97-105, http://www.zoodirektoren.de : geconsulteerd op 10/01/2011.
„Gangala na Bodio domesticationstation in Congo”, http://www.elephant.se/location2.php?location_id=703; geconsulteerd op 1/08/2011.