Kanunnik Floris Prims, geschiedschrijver voor stad, volk en geloof

Christel Van Damme
1 juni 2010

Spreekster behandelt de 'sociale' periode uit het leven van de Antwerpse stadshistoricus Floris Prims, namelijk tot in 1925 wanneer hij stadsarchivaris wordt.
Prims' sociale voorgeschiedenis verklaart waarom hij als stadshistoricus schreef voor het gewone volk (zonder voetnoten) en met nadruk op het katholieke geloof. Volksverheffing was zijn enig streven.
Reeds in zijn jeugd was Prims actief in de Vlaamse Beweging. Hij schreef onder het pseudoniem P. De Witte in Vlaamse studentenbladen zoals De Student en Jong Dietschland. Zijn humaniora volgde hij in het Vlaamsgezinde Sint-Jozefcollege in Herentals en ging vervolgens naar het seminarie in Mechelen. Hij behoorde er tot een groep clerici in spe die zich engageerden tegen de sociale wantoestanden in Vlaanderen. Priesters dienden aan volksverheffing te doen. In 1904 werd hij medewerker van het tijdschrift Dietsche Warande en Belfort.
Tijdens zijn studies Geschiedenis in Leuven onderging Prims heel sterk de invloed van de latere kardinaal Mercier en van Victor Brants, de pleitbezorger van het christelijk corporatisme. Prims' doctoraat over het turfdragersambacht was hiervan het logisch gevolg.
Hoewel Prims zich tegen het socialisme kantte, zag hij in dat het dezelfde doelstellingen als het katholicisme nastreefde. Discussies met Camille Huysmans en Hendrik De Man ging hij niet uit de weg.
Vanaf 1912 werkte Prims mee met pater Rutten aan de uitbouw van de Christelijke Arbeidersbeweging. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd hij aalmoezenier in Londen.  Als hoofdredacteur van de vluchtelingenkrant De Stem uit België uitte hij zich vaak geërgerd over de halsstarrige anti-Vlaamse houding van de Belgische regering en kardinaal Mercier.
Na de oorlog werd hij opnieuw redacteur van de Gids op Maatschappelijk Gebied (voorheen Gids op Sociaal Gebied). Als goede vriend van Frans Van Cauwelaert was Prims ook een fervent voorstander van het 'mystieke huwelijk' tussen katholieken en socialisten binnen het Antwerps stadsbestuur. Zijn aanstelling in 1925 als stadsarchivaris buiten kader bracht hem uiteindelijk in rustiger wateren.