Een tocht over de Antwerpse wallen: een hypothetische interpretatie van enkele iconografische bronnen

Marc Hendrickx
7 september 2010

 

De lezing stelde een aantal hypothesen voor die willen aanzetten tot verdere discussie. De verdedigde stellingen zijn immers slechts tussenstappen in een onderzoekwerk in progress. 

1. Op een prent die wordt toegeschreven aan de Meester van de Kleine Landschappen (Gezicht op Antwerpen vanuit noorden, pen in licht- en zwartbruin op papier, Berlijn, Kupferstichkabinett, o.a. gepubliceerd in L. Voet, De Stad Antwerpen van de Romeinse tijd tot de 17de eeuw, Topografische studie rond het plan van Virgilius Bononiensis 1565 (Antwerpen 1978) 72) zijn op de achtergrond de Posternepoort alsmede een middeleeuwse toren zichtbaar, evenals (van links naar rechts) de  Minderbroederskerk  (de huidige Academie), het  Falcontinnenklooster, het ‘duifhuis’(?) van het klooster, mogelijk ook de vroegere  Infirmerie in de huidige Predikerinnenstraat, en helemaal rechts  de Onze-Lieve-Vrouwekerk.
2. Op het schilderij van Lucas van Uden dat de omgeving van het Hanzehuis voorstelt (KMSKA, o.a. gepubliceerd in C. Leysen (ed.), Antwerpen, onvoltooide stad (Antwerpen 2003) 54-55) zijn naast de toren van de Carolus Borromeuskerk o.a. het Falcontinnenklooster, het Minderbroedersklooster en de toren van het Hof van Liere zichtbaar.
3. Op de aquarel of gehoogde pentekening die de stad vanuit de noordzijde afbeeldt (toegeschreven aan Hans Bol (Bremen, Kunsthalle, gepubliceerd in R.Tijs, Antwerpen, Atlas van een stad in ontwikkeling (Antwerpen 2007) 2-3) zijn naast de poorten van de Spaanse omwalling, het Hanzehuis en de St. Jacobskerk ook de Minderbroederskerk en de toren van het Hof van Liere zichtbaar.
4. De tekening van de omgeving van de Kipdorppoort, bewaard in het  Kupferstichkabinett van het Staatliche Museen zu Berlin (afgebeeld in P. Lombaerde, ‘De vroege versterkingswerken van Antwerpen en de Spaanse omwalling (…)’, in P. Lombaerde (red.), Antwerpen Versterkt, de Spaanse omwalling vanaf haar bouw in 1542 tot haar afbraak in 1870 (Antwerpen 2009)17) toont onder meer de toren van het pand in de Lange St. Annastraat dat later onderdeel werd van het Grauwzustersklooster (in de 19de eeuw vervangen door de huidige neotraditionele constructie), de toren van het Hof van Liere, het Victorinnenklooster, en een  duyfhuys dat volgens SAA, S.R.(schepenregister) 41, f° 490v° (13/5/1449) op een berg gelegen was. Dit duyfhuys komt ook voor op de kopergravure van Frans Huys (Parijs, Bibliotheque Nationale, Cartes en Plans, gepubliceerd in  F. De Nave, ‘De Antwerpse Vrijheid (…)’, in : L. Voet,  De stad Antwerpen van de Romeinse Tijd tot de 17de eeuw (…) (Antwerpen 1978) tussen p. 72 en 73), op het Bononiensisplan en op de anonieme gravure (“vogelvluchtplan”) ‘Antwerpia in Brabantia’ (Prentenkabinet Rijksmuseum Amsterdam).
Op de Berlijnse tekening is ook een hoog gebouw met kantelen en een zijtoren zichtbaar, dat eveneens op het Bononiensisplan aanwezig is. Mogelijk is dit gebouw (in een latere verbouwde vorm) zichtbaar op een anonieme foto van 1866 (Coll. MAS, inv. Nr. VM 1964.076.8359,  gepubliceerd in de tentoonstellingscatalogus Antwerpen voor de lens, een greep uit de fotoverzameling van het MAS (Antwerpen 2005) 90) (Uit later onderzoek blijkt dat het mogelijk gaat om het pand dat in SAA, GW (Groot Werck), f° 254 v° beschreven wordt als de groote huyse omtrent Kipdorp, met de huisnaam Wilt Wesen, evenals in SR 471, f° 299r° (27/8/1608) (“een huys metten hove privaethuyse”).
5. Op een aquarel van Jozef Linnig uit 1845 (SAA, inv. nr. P 36/13) en een foto van Fl. Joostens uit 1864 (Uit: F. Joostens, Les anciennes portes et l’enceinte espagnole d’Anvers: 25 photographies (Antwerpen 1864), eveneens gepubliceerd in  I. Bertels, ‘De afbraak van de 16de-eeuwse stadsomwalling, 1859-1881’, Bulletin van de Antwerpse Vereniging voor Bouwhistorie en Geschiedenis (2003) 2, 11) is naast de Huidevetterstoren een toren in chinoiseriestijl zichtbaar - in het verlengde van de toren is overigens de St. Jacobskerk te zien. In de buurt van de nabijgelegen Lange Gang hebben in de loop der eeuwen diverse torens gestaan; enkele daarvan zijn zichtbaar op een ‘tiberiade’ van de Lange Gang (SAA, ICO 13/24 en 13/147 (ICO P 45 B 79). 
PS  Onderzoek van bouwvergunningen na de lezing maakte de exacte plaats duidelijk.
6. Op een  tekening  van de stadszijde van de Keizerspoort, gedateerd 1830 (Van Hemelryck (lithografie van Jobard), Prise de la porte  de Malines le 27 octobre 1830, Prentenkabinet UA en Museum Plantin-Moretus/ Prentenkabinet, overtekening in P. Génard, Anvers à travers les âges (Brussel 1888), II, 417) is een (wazige) muurschildering in renaissancestijl te zien, evenals – in spiegelbeeld – het onduidelijk leesbaar opschrift “Stemma Regium (of Rectum?)  Corroboratum”.  Tenzij dit onderdeel van de prent fictief zou zijn of de muurschildering veel recenter, zou dit opschrift zou kunnen verwijzen naar de mislukking van de  machtsgreep van de Hertog van Anjou in 1583.  Bekend is dat Vredeman de Vries o.a. meewerkte aan de feestelijkheden n.a.v. de Plechtige Intrede van Farnese (SAA, PK 558 (Collegiaal Actenboek 1585-88), f° 12 v°, Antwerps Archievenblad 1e reeks, VI, p. 189) en dat de stad Antwerpen bij hem een schilderij bestelde dat een zekere gelijkenis vertoont met de muurschildering (F. Blokmans,‘Een krijgstekening, een muurschildering en een schilderij van Hans Vredeman de Vries te Antwerpen (1577-1586)’, Tijdschrift Antwerpen (1962) 1, 20-40).  (Verder onderzoek na de lezing maakte duidelijk dat de Begijnenpoort n.a.v. de intrede van Farnese in elk geval met figuren en opschriften werd gedecoreerd)
7. De gebouwen op de achtergrond van het vroeg 17de-eeuws gedateerde schilderij van een navolger van Maarten van Cleve, het “Feest van Sint Maarten” (aankoop in 2008 door het Rubenshuis) zijn niet fictief: het zijn de gotische Sint-Jorispoort met een fragment van de middeleeuwse stadswal, de gotische Sint-Joriskerk, de façade van het Sint-Elisabethgasthuis aan het Mechelse plein (vóór de modernisering door Bourla); er is ook een doorkijk naar de huidige Maarschalk Gérardstraat.
8. Het schilderij van Frans Hendrik de Cock dat wordt afgebeeld op de omslag van deel 10 van de reeks ‘Waar is de Tijd’ (Antwerpen 1988, Uitgeverij Waanders i.s.m. het Stadsarchief Antwerpen) stelt niet de omgeving van de Begijnenpoort voor, maar de omgeving van de Tabakvest aan de Keizerspoort. Het schilderij wordt vermeld als een van de zes ingezonden schilderijen op de tentoonstelling van de Konstmaatschappij in het Schermershuis in 1789 (zie W.Couvreur, ‘Antwerpse laat-18de-eeuwse stadsgezichten van Hendrik de Cort’, Gentse bijdragen tot de kunstgeschiedenis (1979-80), 230). Enkele van de afgebeelde panden zijn identificeerbaar op foto’s, en op schilderijen van o.a. Ferdinand De Braekeleer en Jan Wildens. De torens links zijn mogelijk die van de Sint-Augustinuskerk aan de Kammenstraat en het afgebroken klooster van de Derde Orde in de Lange Gasthuisstraat; het poortje wordt o.a. afgebeeld op een tekening van Dujardin uit 1837.
9. Op de ongedateerde schets van de  Monogrammist F.V.V. van de omgeving van de Keizerspoort (inkt op papier, Vleeshuis (KIK, M107157)) is op de achtergrond de Begijnenpoort zichtbaar, en mogelijk ook de Sint-Laureyskapel vóór de herbouw (op een andere plaats) door Bourla.
10. Op de aquarel van Jozef Linnig met de titel Démolition des remparts,  gedateerd 1866 (Vleeshuis, inv. nr. 3359/18 4/66, gepubliceerd in P. Lombaerde, ‘Het Antwerpse stadsgezicht door Jozef Linnig: resultaat van nieuwe perceptie- en collagetechnieken in de 19de eeuw’, in: L. Denys (ed.), Linnig: een Antwerpse kunstenaarsdynastie in de 19de eeuw’ (Antwerpen 1991), 24)  is op de achtergrond links de  toren van het voorgebouw van de noordelijke toegang tot de Citadel zichtbaar.