Schippers van Saeftingen in Antwerpen (15de eeuw)

Gustaaf Asaert
6 februari 2007

 

Saaftinge dat is thans een buitendijks gelegen brakwatergetijdengebied in de provincie Zeeland langs de Westerschelde aan de grens van Oost-Vlaanderen. Hier liggen allerlei kreken, schorren en stroomgeulen buitendijks en dus onderhevig aan de getijden van de Schelde. Eertijds was het Land van Saaftinge een domein van de graaf van Vlaanderen in de noord-oostelijk uithoek van zijn graafschap met drie dorpen Casuwele, Sint-Laureins, en Saaftinge zelf. Al in 1570 had de zoveelste Elisabethvloed het gebied blank gezet maar het was ter  verdediging van Antwerpen (1584-1585) tegen de reconquista van Farnese dat de dijken zo grondig werden doorgestoken dat de totale ondergang van het gebied het gevolg was.

Bij de inpoldering van het gebied hebben grote kapitaalkrachtige abdijen een rol gespeeld. Hun rijke archieven zijn bewaard gebleven maar die van de heerlijkheid Saaftinge en van de plaatselijke schepenbank zijn vrijwel geheel verloren gegaan. Gelukkig is er nog het Antwerpse schepenenprotocol, grotendeels bewaard en van bijzonder belang voor de geschiedenis van onze stad en ook voor die van Saaftinge.Voor de periode 1394-1480 kon ik hier 328 verkopingen opsporen van schepen en scheepsparten door inwoners van Antwerpen aan mensen van andere localiteiten verkocht. Hiervan woonden er 106 in het graafschap Vlaanderen, waarvan 70 in plaatsen gelegen in het moerengebied van het Land van Beveren en oostelijk Zeeuws-Vlaanderen en wel 38 in het land  van Saaftinge. Bij deze transacties was het dominerend scheepstype de (turf)pleit, de typische binnenlandvaarder van de Zeeuwse stromen, de Vlaamse en Brabantse rivieren. Zijn geringe diepgang maakte aanleg mogelijk bij de turflaadplaatsen aan de rand van het moer, zoals Caesweel, bovendien kon het scheepje moeiteloos de Antwerpse stadsvlieten bevaren.

Schippers van het Land van Saaftinge waren evenals hun Antwerpse vakgenoten zelfstandige ondernemers, eigenaars van een vaartuig dat voor eigen rekening of voor derden vrachten heeft getransporteerd. Zoals het aangrenzende land van Beveren was Saaftinge een belangrijk moergebied  waar de bevolking voor een deel leefde van het turfsteken, naast beoefening van landbouw, visserij en zoutziederij. Transport van de turf was grotendeels in handen van de plaatselijke schippers. Saaftinger turfpleiten liepen Antwerpen aan en bereikten via de rui de Torfbrug waar het turfhuis was gevestigd en de brandstof ter plaatse aan de consument voor huisbrand kon worden afgeleverd. Verder brachten de Saaftingers stroomopwaarts ladingen turf naar de talrijke kalk- en steenovens gelegen langs de Scheldeoever ten zuiden van de  stad, voornamelijk in Hemiksem en Boom. Die leverden bouwmaterialen aan het snel groeiend Antwerpen. Ook stroomafwaarts treffen wij schippers van Saaftinge aan en wel bij het passeren van de tol van Iersekeroord onder meer in 1418 en 1472-1473  met aangifte van ladingen turf. Saaftingers legden ook aan in de haven van de belangrijke jaarmarktenstad Bergen op Zoom.

Naar het einde van de vijftiende eeuw toe kreeg het Land van Saaftinge af te rekenen met een economische recessie. De oorlog van 1488 tot 1492 had ernstige gevolgen voor de Vier Ambachten. Ook Saaftinge raakte in de strijd betrokken. De zestiende-eeuwse historicus Emmanuel van Meteren maakte melding van een Antwerpse maritieme macht die met schepen en roeibargiën uitgerust in 1488 het kasteel van Saaftinge uitschakelde waar Brugge de vaart op Antwerpen poogde te hinderen.  De moeruitbating viel quasi volledig stil. Behalve dit tijdelijk fenomeen dient op lange terlmijn gewezen op de steeds groter wordende uitputting van het veen waardoor ook de winstgevende turfhandel werd bedreigd, lang voor de grote stormvloeden van de zestiende eeuw het gebied zouden inunderen.

(Gepubliceerd in Het Land van Beveren, jaargang 50, pp. 205-221