De metropool en de staat. De autonomie van Antwerpen in de Nieuwe Tijd (ca. 1530-1830)

Michael Limberger
6 september 2005

 

Dit onderzoek kadert in het vergelijkend NWO- Aspasia project ‘De wereldstad en de staat. De autonome macht van Amsterdam en Antwerpen in vergelijkend perspectief (ca. 1530-1830)’ (projectverantwoordelijke: Marjolein ’t Hart). Doelstelling van dit  onderzoeksproject is de vaststelling van de graad en de limieten van de stedelijke autonomie tegenover de centrale regering in de twee wereldsteden gedurende de periode 1530-1830. Terwijl M. ’t Hart het onderzoek in verband met Amsterdam zal uitvoeren, bestond de opdracht van dit project erin de casus Antwerpen gedurende de drie onderzoeksperiodes 1530-1545, 1665-1680 en 1815-1830 te onderzoeken.

 In de zestiende eeuw beleefde Antwerpen zijn bloeitijd als commercieel en financiëel centrum. Gedurende bijna een eeuw stond de stad in het centrum van het economisch leven van Europa. Het groot economisch belang van Antwerpen en in het bijzonder de beschikbare financiële middelen op de Antwerpse kredietmarkt maakten van Antwerpen een stad van strategisch belang voor de vorst. Als gevolg  hiervan ontwikkelde de stad ook een sterke autonomie. Dit uit zich bijvoorbeeld in het feit dat de stad erin slaagt om aan kooplieden een sterke religieuze tolerantie te garanderen ondanks de strenge godsdienstpolitiek van Karel V.

 De onderzoeksperiode 1665-1680 bevat een tijdperk waarin Antwerpen zijn rol als wereldhaven en handelsmetropool voor goed was kwijtgespeeld, maar nog steeds een bittere strijd vocht om zijn oude troef, de vrijhandel, tegenover een meer protectionistische politiek te vrijwaren. Het grote strijdpunt waren de beruchte ‘licenten’, in- en uitvoerrechten die aan de grens met de Verenigde Provincies geheffen werden en die, volgens Antwerpen en de staten van Brabant, in strijd zijn met de Blijde Inkomst, de eeuwenoude Brabantse constitutie. Antwerpen maakte deel uit van de Spaanse Nederlanden en werd vanuit Brussel door een reeks weinig succesrijke stadhouders geregeerd, die wanhopig probeerden de nodige middelen voor de strijd tegen Lodewijk XIV te vinden. Onder meer door de goedkeuring van nieuwe belastingen in de Staten van Brabant te  weigeren en zelfs om zijn aandeel in de centrale belastingen te betalen probeerde Antwerpen druk uit te oefenen op de centrale regering.

 De periode van het Verenigde Koningrijk der Nederlanden uiteindelijk biedt zich aan voor dit vergelijkend onderzoek tussen Antwerpen en Amsterdam. Voor deze korte periode behoorden de twee concurrerende handelscentra en havensteden tot éénzelfde staat. Tegenover de andere onderzochte periodes  is echter een grote institutionele breuk op te merken, die gemarkeerd is door de Franse revolutie en het daaropvolgende Frans Regime. De uitdaging hierbij was om vast te stellen of er ondanks de fundamentele veranderingen van de politieke structuur nog een zekere continuïteit op het vlak van de stedelijke autonomie bestond.

Zie ook: Michael Limberger and Marjolein 't Hart, The metropolis and the state. The autonomy of Amsterdam and Antwerp in a comparative perspective (ca. 1530-1830). Paper presented at the Seventh International Conference on Urban History, Athens-Piraeus 27-30 October 2004 (http://www.lowcountries.nl/2005-4_limberger.pdf)

In maart 2006 had er een conferentie plaats rond het thema 'Metropolis and State in Early Modern Europe (c.1400-1800)' aan het Centre of Metropolitan history in Londen waar het onderwerp vanuit een internationaal perspectief behandeld werd. http://www.history.ac.uk/cmh/cmh.main.htm