Van Groenkerkhof tot Schoonselhof

De geschiedenis en inrichting van de Antwerpse stedelijke begraafplaatsen

A-M. Havermans
6 april 2004

 

Met het keizerlijk decreet van 12 juni 1804 bekrachtigde Napoleon dat van Jozef II (26 juni 1784), dat verbood om nog langer in en rondom kerken te begraven. Het nieuwe decreet gaf de gemeenten het recht begraafplaatsen aan te leggen en toezicht uit te oefenen op de bestaande kerkhoven en begraafplaatsen. Vooral artikel 10 is bepalend voor het uitzicht van de 19deeeuwse begraafplaatsen; het geeft de mogelijkheid aan particulieren om op de begraafplaats een perceel grond verwerven en om er een monument op te richten.  

Antwerpen reageerde snel op het decreet van Jozef II uit 1784. Het Groenkerkhof aan de kathedraal werd gesloten en vanaf 1799 omgevormd tot Groenplaats. Ter vervanging werden in 1786 twee parochiale begraafplaatsen ingewijd, te Kiel en te Stuivenberg. Kiel was een bescheiden begraafplaats voor de parochies O.L.V.-Zuid, Sint-Joris, Sint-Andries en de gasthuiszusters en had afgebakende zones van niet gewijde grond voorbehouden aan Joden, protestanten en “Engelschen” (Anglicanen). Stuivenberg, aanvankelijk parochiale begraafplaats voor de parochies OLV Noord, Sint-Walburgis en Sint-Jacob, was sinds het decreet  van Napoleon (1804) in gebruik als stedelijke begraafplaats. Na het aanleggen van de Brialmontgordel werd ze ingesloten en daarom nam op 1 januari 1875 Kielbegraafplaats de rol van stedelijke begraafplaats over. Ook de kerkhoven die binnen de Vesten kwamen te liggen, werden vanaf 1 januari 1875 gesloten; het kerkhof van de Sint-Willebrorduskerk werd opgeruimd in 1891, het kerkhof van de Sint-Laurentiuskerk aan de Markgravenlei werd pas opgeruimd  vanaf 1928. 

Al vlug werd duidelijk dat ondanks de vergrotingen de Kielbegraafplaats snel ontoereikend zou worden. De bloei van de stad had niet enkel een forse bevolkingstoename tot gevolg, maar een groot aantal families konden of wilden hun verwezenlijkingen of de welstand die ze tijdens hun leven bereikt hadden voor eeuwig uitdrukken. In 1911 werd dan een kans aangegrepen. Na een fors pleidooi van Frans Van Kuyck, schepen van cultuur en kunstschilder, kocht de stad het landgoed Schoonselhof. Rondpunt BLCK op Kiel bevatte een groot aantal eregraven die een kosteloze vergunning kregen van de stad. Dit rondpunt stond ook gekend als ‘Vlaamse Hoek’, vanwege het groot aantal figuren die elk op hun gebied, politiek, sociaal, cultureel of bijdroegen tot de Vlaamse bewustwording. Het eerste grafmonument dat hier werd geplaatst was dat van Hendrik Conscience (1812-1883), in 1885. Het zette onmiddellijk de toon. Dit monument zou, inhoudelijke en formeel, als baken dienen. De apotheose van dit rondpunt, het monumentaal praalgraf van burgemeester Leopold de Wael (1823-1892) is een gift van de stad Antwerpen, na een wedstrijd. Het werd opgericht in 1894 in het centrum van het rondpunt. Het ontstaan van specifieke punten waar kosteloze vergunningen van personaliteiten worden gegroepeerd onderscheidde Kiel van vele andere begraafplaatsen. Het zal worden voortgezet op Schoonselhof waar parken zullen voorbehouden worden voor burgers van verdienste.

Schoonselhof is officieel in gebruik als begraafplaats sinds 1 september 1921, toen werden de gewone begravingen te Kiel stopgezet. Families die een vergunning bezaten op Kiel mochten er nog afgestorvenen bijzetten tot 1 juni 1936. De overbrenging van de vergunningen was voorzien vanaf de sluiting in 1936 tot 1 juni 1948. Na de opruiming van de oude begraafplaatsen werd de vrijgekomen ruimte telkens terug aan de gemeenschap geschonken; in 1799 de Groenplaats, in 1906 de Stuivenbergplaats, in 1905 de Fransenplaats, in 1952 het Kielpark. In de 16de eeuw was Schoonselhof het buitenverblijf van rijke kooplui en adel o.m. van de Florentijnse financier-avonturier Gaspar Ducci. Het kwam in handen van uiteenlopende families die telkens het gebouw en domein verfraaien of uitbreiden. Het huidige kasteel in neoclassicistische stijl dateert waarschijnlijk uit begin 19de eeuw. Vanaf 1825 had graaf Augustin Moretus della Faille het goed in handen. Zijn ongehuwde zoon Julius Moretus (1826-1911) was de laatste kasteelheer. Na zijn dood in 1911 stelden diens erfgenamen het landgoed van (84 ha 67 a en 27 ca) openbaar te koop. Op 25 okt 1911 volgde de definitieve toewijzing aan de stad Antwerpen voor 809.749 fr., met 58.000 fr. beschrijvingskosten.  

De Eerste Wereldoorlog legde de plannen voor een globale aanleg van de begraafplaats stil. Hoewel de begraafplaats dan nog niet officieel geopend was, werd op 29 augustus 1914 de eerste begraving op Schoonselhof uitgevoerd, van een Duitse soldaat. Er werd een militair perk aangelegd, de “Krijgsbegraafplaats”. Emiel Van Averbeke, medewerker en vanaf 1920 opvolger van Alexis Van Mechelen werkte de plannen van z’n voorganger verder uit. Uitgangspunt was het behoeden van de sereniteit, weg van alle banale pronk. Bij de oprichting werd gesteld dat vanaf de grote wegen nooit grafzerken te zien zouden zijn, alle perken moeten worden omringd door 2 m hoge en 50 cm dikke hagen. Om zoveel mogelijk een indruk van rust te verkrijgen is de hoogte van de zerken beperkt tot 1.50 m. Bij aankoop bleek dat het waterpeil op het domein op sommige plaatsen maar 30 cm diep is, ongelukkig voor een begraafplaats. De grachten werden dus niet enkel uit esthetisch oogpunt gegraven, ze zorgen voor de afvoer van het water naar de Hollebeek. Het zand uit de grachten werd gebruikt om de terreinen op te hogen.  De eerste asverspreiding op Schoonselhof had plaats op 18 januari 1972 op de eerste strooiweide die ondertussen verzadigd is, er werden er vier nieuwe aangelegd, een noodzaak, aangezien 80% van de Antwerpenaren zich laat verassen en een groot aantal zich laat verstrooien. De eerste bijzetting in het columbarium had plaats op 16 april 1977. Vanaf februari 1983 werd het Crematorium van Antwerpen door de Intercommunale Vereniging voor Crematoriumbeheer in de Provincie Antwerpen in gebruik genomen. 

Dit stenen archief gunt een blik een blik op een gekende, maar ook op een haast vergeten wereld. Wie er open voor staat ziet de graven van de leden van de I.O.O.F., de stichter van “la Verda Stelo” (Esperanto) en andere sporen van het kosmopolitische karakter van deze stad: khachkar’s op de graven van de Armeniërs,… . Dit erfgoed vraagt om respect: het beheer moet uitgaan van de kennis ervan, de opmaak van een inventaris is daarvoor een goede start.

Publicatie:

Schoonselhof nu!