Roem en verguizing van een componist: Emile Wambach (1854-1924), 150 jaar geleden geboren

Hedwige Baeck-Schilders
9 november 2004

 

Op 26 november 2004 was het 150 jaar geleden dat Emile Wambach geboren werd, maar de verjaardag van één van de eerste en beste leerlingen van Peter Benoit ging ongemerkt voorbij. Volgens literaire bronnen, archiefdocumenten en ongeveer 2500 eigentijdse persuittreksels heeft Wambach nochtans een belangrijke rol gespeeld in het Antwerpse muziekleven als voortreffelijk violist, als ervaren dirigent en als veelzijdig muziekpedagoog. Hij was achtereenvolgens muziekbestuurder van de Antwerpse Sint-Gregoriusvereniging, kapelmeester van de Onze-Lieve-Vrouwekerk, dirigent van het Nederlands Lyrisch Toneel (Vlaamse Opera), leraar voor antieke muziek, harmonie en orkestratie en tenslotte directeur van het Koninklijk Vlaams Conservatorium. Daarenboven liet hij een uitgebreid oeuvre na van ongeveer 320 composities in alle muzikale genres: religieuze muziek, liederen op Vlaamse en Franse tekst, concertaria’s, koorwerken en cantaten, oratoria, lyrische drama’s en opera, geestelijke drama’s, toneelmuziek, orkestwerken, instrumentale muziek, kamermuziek en openluchtmuziek. Vele werken werden gepubliceerd bij Breitkopf & Härtel te Leipzig/Brussel, Joubert te Parijs, de Procure générale de musique religieuse te Arras en het Davidsfonds te Leuven.
Terwijl zijn leermeester Peter Benoit vanaf 1872 volop gesteund werd door liberale  vrienden, won Wambach met zijn elegante schrijfstijl en zijn gedegen vakmanschap als jonge componist veel aanhang en bewondering in de kapitaalkrachtige katholieke Antwerpse burgerij. Tijdens het laatste decennium van zijn leven  werd hij echter slachtoffer van kwaadsprekerij, smaad en verguizing door Antwerpse activisten. August Monet wees er terecht op “dat men het zijn nagedachtenis wel aan eerbied heeft laten ontbreken”. En Lodewijk De Vocht schreef mij in 1973 dat Wambach “een uiterst sympathiek kunstenaar was, die geenszins tot zijn recht gekomen is, zoals zovelen anderen ten onzent!”

De lezing werd geillustreerd met klankopnamen van 1. Optocht uit "Quinten Massijs", 2. Interludium uit "Mellusina" en 3. Pie Jesu.