Een 'Bollwerk des deutschfreundlichen Aktivismus'?

Vlaams-nationalistische collaboratie in Antwerpen (1914-1918)

Antoon Vrints
2 september 2003

 

Doelstelling van deze bijdrage is het tijdens het Interbellum gegroeide beeld van Antwerpen als activistisch bolwerk te nuanceren. Hierbij wordt ingegaan op het ontstaan en de numerieke kracht van het Antwerpse activisme. Om te beginnen dient er op gewezen worden dat het activisme in Antwerpen slechts een heel aarzelende start kende. De Antwerpse flaminganten stelden zich loyaal ten opzicht van de Belgische staat op, ook de radicalen onder hen die de laatse maanden voor de oorlog begonnen te ijveren voor de bestuurlijke scheiding. Pas in februari 1915 zou August Borms als eerste voor de collaboratie kiezen en hij zou nog maandenlang erg geïsoleerd blijven. Voor het ontstaan van het Antwerps activisme (dit in tegenstelling tot met name het Gentse, zie Daniel Vanacker) lijkt het er dan ook sterk op dat Lode Wils’ bekende stelling bijgetreden moet worden : het initiatief lijkt uit te gaan van de Flamenpolitik die zich te Antwerpen al vrij snel na de bezetting manifesteerde.  Wel moet in overweging genomen worden dat ook Gentse Jong-Vlaamse demarches een, zij het beperkte, rol hebben gespeeld.  Ook Lode Wils’ stelling dat een aantal Nederlandse Groot-Nederlanders een belangrijke rol gespeeld hebben in de ontwikkeling van het activisme lijkt, voor wat Antwerpen betreft, gegrond.

Niet alleen kwam het activisme in Antwerpen later op gang dan in Gent en was het van meet af aan minder radicaal, het was ook minder krachtig. Slechts een klein gedeelte van de talrijke Antwerpse flaminganten was bereid het risico te nemen mee te gaan in het activistisch avontuur.  De oorsprong van de weigerachtigheid van de Antwerpse flaminganten moet volgens oud-activist Hendrik Mommaerts gezocht worden in de specifieke uitgangspositie, waarin de Antwerpse flaminganten in 1914 verkeerden.  Immers, de Antwerpse flaminganten hadden in vergelijking met hun Gentse of Brusselse geestesgenoten voor de oorlog veel meer bereikt, zodat ze meer op het spel zetten wanneer ze tot het activisme zouden overgaan.  In Gent of Brussel, waar de francofonie veel sterker was, was de aantrekkingskracht van een radicale oplossing voor de flaminganten wellicht veel groter. Gevolg van dit alles was dat het activisme in Antwerpen, meer dan elders, af te rekenen kreeg met krachtig loyaal-flamingantisch verzet dat zich spiegelde aan de opstelling van Franck, Huysmans en vooral Van Cauwelaert.

Publicatie:
 
A. VRINTS, Bezette stad. Vlaams-nationalistische collaboratie in Antwerpen tijdens de Eerste Wereldoorlog, Algemeen Rijksarchief, Brussel, 2002