Zeevaartonderwijs in België

Roger Smet
1 juni 1999

 

De voorlopers van het Belgisch zeevaartonderwijs (beperkt tot de opleiding van de officieren voor de koopvaardij) tijdens het Oostenrijkse, het Franse en Hollandse bewind vinden we terug in Brugge, Antwerpen en Oostende. Vooral tijdens de Franse periode werd toch nogal intens aandacht besteed aan de zeevaartproblematiek en dus ook aan de opleiding van het varend personeel.

Van specifiek ‘Belgisch’ zeevaartonderwijs kan pas gesproken worden vanaf 3 juni 1834, namelijk wanneer te Antwerpen de cursussen aan de zeevaartschool terug werden ingericht.

De historiek van ons zeevaartonderwijs kan het best geschetst worden door het overlopen van de wetgeving terzake. Het eerste Belgische koninklijk besluit van 22 oktober 1835 behandelde zeer summier de organisatie van de zeevaartscholen van Antwerpen en Oostende, toelatingsvoorwaarden, onderwijs- en examenprogramma’s.

De wetgevende teksten volgden elkaar vrij vlug op tijdens de 19de eeuw. Tekortkomingen in de koninklijke besluiten werden aangevuld, er werd rekening gehouden met een belangrijke evolutie in de scheepvaart, namelijk de geleidelijke verdringing van de zeilvoortstuwing door de stoommachine.

Tijdens de 20e eeuw werd de organisatie en het curriculum van de twee zeevaartscholen regelmatig aangepast. De uitvinding van de dieselmotor en de aanwending ervan rond 1904 als voortstuwer van zeeschepen vergde uiteraard een aanpassing van het studieprogramma.

Vanaf 1929 wordt een onderscheid gemaakt tussen opleidingen voor de ‘lange omvaart’ en de ‘kustvaart’. Het instituut van Antwerpen wordt ‘Hoogere Zeevaartschool’ en verzorgt de opleiding voor de lange omvaart terwijl de school van Oostende ‘Zeevaartschool’ wordt genoemd en instaat voor de vorming voor de kustvaart. De kustvaartopleiding zal in 1971 worden afgeschaft.

De wetgeving van de jaren 1958-1960 en deze van de zeventiger jaren zorgden ervoor dat de opleidingen de gestadige evolutie in de zeescheepvaart zo goed mogelijk zouden kunnen volgen.

De wet van 15 juli 1985 is een belangrijke mijlpaal : de Hogere Zeevaartschool wordt eindelijk door Onderwijs erkend als onderwijs van academisch niveau voor wat de ‘dekafdeling’ betreft. De afdeling ‘scheepswerktuigkunde’ wordt vanaf 1995 hoger onderwijs leidend tot een graduaatdiploma.

Met de wet van 15 juli 1985 en de decreten van 13 juli 1994 en 9 juni 1998 schijnt de structuur van het zeevaartonderwijs eindelijk degelijk te zijn vastgelegd.