De stedelijke bestuursinstellingen van Antwerpen in het Ancien Régime

J. Van den Nieuwenhuizen
2 februari 1999

 

Het Algemeen Rijksarchief heeft het initiatief genomen een publicatie te wijden aan ‘De gewestelijke en lokale overheidsinstellingen in Brabant en Mechelen tot 1795’. Aan spreker werd gevraagd de bijdrage over de instellingen van de stad Antwerpen te bezorgen.

Deze instellingen werden gegroepeerd onder elf rubrieken:
1. de hertogelijke officieren, namelijk de schout en de amman;
2. de stadsbestuurders, waarvan de schepenen de belangrijkste waren;
3. de stadsraden, hetzij de maandagse raad en de brede raad;
4. de gewestelijke instellingen, waarvan de vierschaar en de ammanskamer de belangrijkste waren naast zes lagere banken of kamers die bevoegd waren om recht te spreken voor bepaalde categorieën van personen of bepaalde soorten misdrijven;
5. de stadskassen, waarvan de centrale kas deze van de domeinen was;
6. instellingen van verschillende aard zoals de hoofdmannen van de poorterij en de wijkmeesters of de kamer van de huisarmen;
7. de diensten van openbare orde;
8. de hogere ambtenaren in dienst van de magistraat;
9. de gerechtelijke ambtenaren;
10. het ondergeschikt personeel;
11. de bijzondere instellingen die in de 16de eeuw op last van de hogere overheid of onder het calvinistisch bewind werden opgericht.

Deze instellingen werden twee maal behandeld : eerst werd hun ontwikkeling en organisatie besproken, daarna hun bevoegdheden.