19de-eeuwse uitlopers van de speelliedentraditie te Antwerpen

Hedwige Baeck-Schilders
5 januari 1999



De speelliedentraditie gaat terug tot de Middeleeuwen. In de vroege Middeleeuwen zorgden rondtrekkende speelmannen voor muziek, maar bij de opkomst van de steden ontstond er behoefte aan vaste musici die zich verenigden in gilden. Niemand mocht voor geld musiceren die niet tot de gilde behoorde. Stadsspeellieden zijn dus professionele musici in stadsdienst om vanop de stadstoren saluutfanfares op signaalhoorns te blazen, en om feestelijke intochten, stadsommegangen, processies en ontvangsten op het stadhuis met muziek op te luisteren. Daarnaast traden zij ook op tijdens religieuze plechtigheden in de hoofdkerk of op feesten van de burgerij. In de loop van de 18de eeuw werd de functie van deze speeliedengilden echter uitgehold om na de Franse revolutie te verdwijnen.

Belangrijke uitlopers van deze traditie bleven echter in de 19de eeuw bestaan, ondermeer in1. Muziek voor officiële plechtigheden, 2. Historische evocaties van stadsspeellieden, en 3. Stadsspeellieden als inspiratiebron vooor Antwerpse componisten.

In de nieuwste tijd zorgden militaire-, burgerwacht-, en burgermuziekkapellen voor de muzikale omlijsting van officiële plechtigheden, optochten, stoeten en processies. De Antwerpse Stadstrommelaars, die in 1899 naar aanleiding van de Antoon Van Dijck-stoet opgericht werden en in 1998 hun honderdste verjaardag vierden, mogen als het laatste officiële restant van de traditie aanzien worden.

De stadsspeellieden waren in de 19de eeuw ‘uitgespeeld’ maar iets van hun imago en betekenis bleef toch in de schilder-, theater- en muziekkunst nawerken.

Bibliografie : H. Baeck-Schilders, 19de eeuwse uitlopers van de speelliedentraditie te Antwerpen, in Musica Antiqua, jg. 15, nr. 4, november 1998.