Horlogerie en tijdsbewustzijn te Antwerpen tijdens het Ancien Régime

Birgit De Vries
3 februari 1998


Van de 16de tot de 18de eeuw bezat Antwerpen verschillende openbare mechanische torenuurwerken, bvb. dat van de O.-L.-Vrouw-kathedraal, de Sint-Jacobskerk, de nieuwe beurs, het tapissierspand en het Oosters huis.
Het eerste mechanische torenuurwerk werd in Antwerpen geïnstalleerd in 1457, bijna een eeuw na de eerste Italiaanse voorbeelden. Ondanks de late start slaagden de Antwerpse mechanische torenuurwerken er wel in pas te houden met de recentste technologische ontwikkelingen, zoals het invoeren van de trommel, slinger en voorslag. De toename van het aantal publieke mechanische torenuunverken in Antwerpen tijdens de 16de eeuw was het gevolg van de economische bloei. Het waren vooral belangrijke handelsgebouwen zoals de nieuwe beurs, het tapissierspand en het Oosters huis, die van mechanische uurwerken werden voorzien.
Nu zijn enkel nog de mechanische torenuurwerken van de O.-L.-Vrouw-kathedraal en de Sint-Jacobskerk bewaard gebleven. Dat van de kathedraal, van de hand van P. Van Hoof, dateert van 1785. De trommel ervan is van 1652 en werd gemaakt door Herman Corthuys. Het torenuurwerk van Sint-Jacobs dateert nog van 1457. De trommel ervan, van de hand van Loys Van Der Elst, is van 1624.