De evolutie van het muziekonderwijs in de 19de eeuw te Antwerpen

Hedwige Baeck-Schilders
2 juni 1998


Aan de hand van talrijke documenten in het Antwerpse Stadsarchief en eigentijdse krantenartikels in de Stadsbibliotheek werd de evolutie en organisatie van het Antwerpse muziekonderwijs bestudeerd sinds de afschaffing van de koraalscholen in 1797, de oprichting van een stedelijke muziekschool in 1843 en haar verheffing tot Koninklijk Vlaams Conservatorium in 1898. Hierover werd weinig archiefonderzoek verricht en de geschiedenis van de hervorming van de Antwerpse Muziekschool sinds 1867 werd tot nog toe vrij kritiekloos uit Peter Benoits geschriften overgenomen. In een eerste deel “Van Koraalschool tot Ecole de Musique d’Anvers: 1797-1867” worden de verschillende pogingen van beroepsmusici geschetst om het muziekonderwijs in de Scheldestad te organiseren. De kerkkoraalschool van de O.-L.-Vrouwekerk, in 1801 onder kapelmeester G.J.J. Kennis opnieuw opgericht, functioneerde met beperktere middelen dan in het Ancien Régime zodat “alternatieve”, burgerlijke initiatieven zich opdrongen: de “Méloplaste”zangschool (1824-1840) van J.H. Mees, P.J. Beckers en J.J. Kemp en een “Cours de musique vocale” (1843-1844) door A. Paris; de “Ecole de musique élémentaire” (1837) van J. Bender en J. Eykens; een “Cours de Solfège” en een “Cours de Musique” (1837-1838) van J. Eykens en J. Van den Bogaert; in 1839 de instelling van elementair muziekonderwijs in de gemeentescholen door de stadsmagistraat met zanglessen door C. Schermers, F. Aerts en J. Bessems; in 1842 projecten voor gemeentelijk muziekonderwijs doorJ. Van den Bogaert, J. Eykens en een voorstel van F. Aerts, J. Bessems en C. Schermers voor de oprichting van een “Ecole spéciale de Musique” dat uiteindelijk op 29 juli 1843 werd goedgekeurd. Het onderricht bevatte notenleer en muziektheorie, zang, strijkinstrumenten, piano en orgel, harmonie en basso continuo. Nadat reeds enkele leergangen voor blaasinstrumenten waren toegevoegd werd in 1859 het reorganisatieplan van violist en gemeenteraadslid Ch. Wilmotte unaniem door de gemeenteraad goedgekeurd. Het bestuur van de “Ecole de Musique de la ville”, onder het hoger toezicht van het Schepencollege, werd toevertrouwd aan een Besturende Commissie. De muziekschool nog steeds alleen voor jongens toegankelijk — verhuisde van de Kaasstraat naar de Blindestraat waar tien leergangen werden ingericht, waaronder Vlaamse declamatie.

In het tweede deel “Van Stadsmuziekschool tot Koninklijk Vlaams Conservatorium 1867-1898” wordt besproken: de grondige reorganisatie van de muziekschool in 1865, doorgevoerd door de Meetingpartij om de roemrijke Antwerpse polyfonistenschool terug tot leven te wekken; de benoeming van Peter Benoit tot directeur van de “Antwerpsche Muziekschool” op 3 juni 1867, het studieprogramma van 1867 met nieuwe leergangen waaronder lyrische zang, kamermuziek, esthetica en muziekgeschiedenis; de onderzoeks- en hervormingscommissies van 1872 door het liberale gemeentebestuur omtrent Benoits nieuwe leerstelsels en Benoits Vlaams-nationalistisch standpunt waardoor hij de Antwerpse muziekschool tot een politiek strijdpunt maakte; de instelling van een nieuwe controlerende bestuurscommissie, het reglement van 1873 en het studieprogramma van 1874; de moeizame onderhandelingen vanaf 1879 tussen het Antwerps schepencollege en de Belgische regering voor de verheffing van de Antwerpse Muziekschool tot Staatsconservatorium en de felle polerniek tussen de belanghebbende partijen omtrent de verschillende bevoegdheden; de uiteindelijk definitieve onderhandelingen in 1896 tussen stad, provincie en staat die leidden tot een vergelijk op 15 juni 1897, gevolgd door een indrukwekkende Benoithulde te Antwerpen in september 1897; de moeilijkheden met Benoit die weigerde directeur te worden indien zijn bevoegdheid beknot werd door een beheerraad, zodat eerst op 26 juni 1898 de tekst van het K.B. van 15 juni 1897 in het Belgisch Staatsblad verscheen en Benoit op 1 juli 1898 benoemd werd tot directeur van het Koninklijk Vlaams Conservatorium. Benoits wantrouwen tegenover het Antwerps stadsbestuur had hem in de armen gedreven van de Staat, waardoor hij in de hand werkte wat hij wou vermijden: de eenvormigheid die de Staat aan de Belgische conservatoria later zou opleggen, belette uiteindelijk de implementatie van zijn leerstelsel.

 

Bibliografie

H. Baeck-Schilders, "Van Stadsmuziekschool tot Staatsconcervatorium", in : Koninklijk Vlaams Conservatorium, Traditie en Vernieuwing, Antwerpen, 1998, pp. 243-253.
H. Baeck-Schilders, "De evolutie van het muziekonderwijs in de 19de eeuw te Antwerpen", in: Musica Antiqua, Jaargang 15/3, augustus 1998, pp. 110-125.
H. Baeck-Schilders, "De roots van het muziekonderwijs in Antwerpen", in: Jaarboek XVII (2006-2007) van de Provinciale Commissie voor Geschiedenis en Volkskunde, Provincie Antwerpen, 2008, pp. 196-203.